Vraag drie mensen in je bedrijf hoe het met de CAD-data staat en je krijgt drie gevoelens, geen getal. De engineer vindt het "best redelijk op orde", werkvoorbereiding "kan er meestal mee uit de voeten" en inkoop somt uit het hoofd drie recente missers op. Iedereen heeft gelijk, en niemand weet hoe het er werkelijk voor staat.
Zonder meting blijft datakwaliteit een mening, en op meningen kun je niet sturen. Het goede nieuws: de kwaliteit van je CAD-data meten hoeft geen project van weken te zijn. Met een steekproef van een paar projecten, een export naar Excel en drie simpele tellingen staat er in een middag een nulmeting. Alles wat je nodig hebt zit in Inventor plus een exportmogelijkheid zoals die van Thundercad; de rest is telwerk.
In dit artikel bouwen we die nulmeting stap voor stap op: een steekproef kiezen, eigenschappen exporteren, tellen, er een score van maken en de drie grootste gaten omzetten in gerichte acties. Waarom dit de moeite waard is, staat uitgebreider in Schone, betrouwbare data naar productie: elk leeg of fout veld duikt daar vroeg of laat op als fout in een offerte, bestelling of werkorder.
Waarom een gevoel geen stuurinformatie is
Discussies over datakwaliteit zonder cijfers verlopen altijd hetzelfde: het meest recente incident wint. Ging er vorige maand een bestelling mis door een verkeerd materiaalveld, dan is materiaal ineens topprioriteit, wat er verder ook speelt. Een getal haalt de waan van de dag eruit en maakt drie dingen mogelijk: prioriteren op omvang in plaats van op emotie, uren voor opruimwerk onderbouwen bij je leidinggevende, en na een half jaar laten zien dat de moeite iets opgeleverd heeft.
Minstens zo belangrijk: een meting maakt het probleem klein. "Onze data is een zooitje" is verlammend groot. "Het veld materiaal is bij een derde van de maakdelen leeg" is een klus die je kunt inplannen. Dat verschil in formulering bepaalt of er iets gebeurt of niet.
Stap 1: kies een kleine, eerlijke steekproef
Meet niet je hele archief; dat is precies de omvang die het project doet stranden. Drie projecten zijn genoeg: een recent opgeleverde machine, een lopend project en een ouder project dat nog geregeld als kopieerbasis dient. Samen een paar honderd onderdelen: groot genoeg om patronen te zien, klein genoeg om elke uitkomst nog te kunnen navertellen.
Weersta de neiging om je netste project te kiezen. De meting is er niet om goed te scoren maar om te weten waar je staat, en juist het oudere kopieerproject laat zien welke datakwaliteit zich via hergebruik door nieuwe projecten blijft verspreiden.
Stap 2: exporteer de eigenschappen en tel drie dingen
Open per project de hoofdsamenstelling en zet de stuklijst met alle relevante kolommen in Excel: artikelnummer, omschrijving, materiaal en de custom velden die jullie hebben afgesproken. Met Export BOM is dat één handeling per samenstelling: de stuklijst landt in je eigen Excel-sjabloon, met de kolommen die jij hebt ingesteld. Daarna tel je per kolom drie dingen:
- Lege velden: tel de lege cellen en reken om naar het percentage gevuld per veld. Dit is de snelste en hardste indicator.
- Afwijkende schrijfwijzen: maak per veld een draaitabel met unieke waarden. Waar je er vijf verwacht en er dertig vindt, zit je gat: "RVS 304", "rvs304" en "1.4301" bedoelen hetzelfde en tellen als drie waarden.
- Dubbelingen: sorteer op omschrijving en zoek regels die hetzelfde deel beschrijven onder een verschillend artikelnummer. Tel ze per honderd onderdelen.
Een nulmeting staat of valt met vlot exporteren: per project één stuklijst met alle kolommen die je wilt tellen. Thundercad zet die export met Export BOM in één handeling in je eigen sjabloon.
Probeer 30 dagen gratisStap 3: maak er een simpele score van
Reken per veld twee getallen uit: het percentage gevuld en het percentage dat aan de afgesproken schrijfwijze voldoet. Dubbelingen tel je apart, per honderd onderdelen. Meer is voor een nulmeting niet nodig. Een voorbeeld van hoe dat eruit kan zien (de getallen zijn fictief):
| Veld | Gevuld | Volgens afspraak | Grootste gat |
|---|---|---|---|
| Omschrijving | 98% | 71% | schrijfwijze wisselt per engineer |
| Materiaal | 66% | 54% | leeg bij koopdelen, drie spellingen naast elkaar |
| Artikelnummer | 91% | 88% | dubbelingen bij plaatdelen |
| Projectcode | 43% | 43% | wordt vrijwel nooit ingevuld |
Wil je toch één cijfer voor op de afdelingsmuur, neem dan het gemiddelde van de kolom "volgens afspraak". Maar stuur op de regels eronder: daar zie je welk veld pijn doet, en bij wie. Een score is geen rapportcijfer maar een routekaart.
Van meting naar drie gerichte acties
Kies uit de tabel de drie gaten met de meeste pijn verderop in het proces, niet de drie makkelijkste. Geef elk gat één eigenaar en één concrete maatregel. De patronen laten zich meestal in drie soorten vangen. Een veld dat wél afgesproken is maar half leeg blijft, vraagt om makkelijker invullen: met een datakaart per documenttype in het iProperty Panel ziet de engineer bij vrijgave direct welke velden nog leeg zijn. Wisselende schrijfwijzen vraag je niet weg met een memo, maar met keuzelijsten in plaats van vrije tekst. En een veld dat vrijwel nooit gevuld wordt, verdient eerst de vraag of het bestaansrecht heeft; hoe je die afweging maakt, staat in Custom iProperties: wanneer wel, wanneer niet.
Sluit af met een afspraak over herhaling: dezelfde drie projecten plus het nieuwste project, dezelfde tellingen, elk kwartaal een uur. Vanaf de tweede meting heb je een trend, en daar was het om te doen: niet weten hoe erg het is, maar zien dat het beter wordt.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet de steekproef zijn?
Drie projecten met samen een paar honderd onderdelen is voor een eerste meting ruim voldoende; de patronen die je daarin niet ziet, zie je in duizend onderdelen ook niet. Belangrijker is dat je de steekproef bij elke herhaling op dezelfde manier kiest, zodat de metingen vergelijkbaar blijven. Uitbreiden kan altijd nog als de eerste ronde daar aanleiding toe geeft.
Welke score is goed genoeg?
Er bestaat geen algemene norm, en die heb je ook niet nodig: je vergelijkt met je eigen vorige meting, niet met een ander bedrijf. Leg de lat het hoogst bij velden waar productie en inkoop direct op sturen, zoals materiaal, omschrijving en artikelnummer. Een informatief veld mag achterblijven zonder dat iemand er wakker van ligt.
Wat als de meting vooral aantoont dat we te veel velden hebben?
Dan is dat een prima uitkomst. Een veld dat niemand vult, kost alleen maar aandacht en vervuilt elke export; schrappen maakt de overgebleven velden belangrijker en de volgende meting beter. Wil je het invullen en exporteren daarna structureel makkelijker maken, dan kun je Thundercad 30 dagen gratis proberen.